31.01.2020 | 17:30 UUR | Jomelle Roege
Romelly (52) woont sinds 1993 in Nederland en is zuster. Ze is leergierig en heeft veel ervaring binnen de zorg. Toch heeft ze het vanwege haar afkomst niet altijd even makkelijk gehad.
Auteur: Jomelle Roege
Hoe waren jouw eerste jaren in de zorg?
“Ik kom uit de Filipijnen en was daar docent Engels. Toen ik naar Nederland verhuisde en ik de optie kreeg om een opleiding te volgen binnen de zorg, greep ik meteen deze kans. Ik was vrij oud voor iemand die stage liep en kreeg meteen de opmerking of ik een achterstand had met leren. Toen ik in de thuiszorg werkte, moesten mijn collega en ik onze broekzakken legen omdat ze bang waren dat we iets mee zouden nemen. Toch zette ik door en bleef ik doen waarvoor ik was gekomen, namelijk verzorgen. Er was een patiënt die niet gewassen wilde worden door mij vanwege mijn huidskleur. Ik werd ‘bruintje’ genoemd. ‘Bruintje, roep je collega’.
Destijds vond ik het moeilijk, maar je raakt eraan gewend. Je kunt mensen niet beschuldigen als zij er niet 100% bewust van zijn. Toch wringt zoiets aan je en merk je dat je met tegenzin naar je werk gaat. Zodra ik begon met een nieuwe cursus, hoorde ik mijn collega’s weer zeggen: “Hoe is het mogelijk?”
Wat kan eraan gedaan worden?
“Nederland is een multicultureel land en daar horen verschillende afkomsten, huidskleuren en religies bij. Helaas wordt daar anno 2020 nog steeds te weinig over gepraat. Nu woon ik bijna 27 jaar in Nederland en ben ik voor mijn gevoel zodanig verwestert dat ik Nederland beschouw als mijn land. Na een tijd zet je alle negatieve energie om in positieve en wen je aan de reacties. Toch heeft het littekens achtergelaten en ben ik voorbereid op het ergste. De zorg heeft een groot personeelstekort en daar moet de focus op gelegd worden. Er zijn genoeg mensen die in de zorg willen werken, maar te bang zijn om afgewezen te worden vanwege hun afkomst. Het is daarom belangrijk dat organisaties binnen Nederland zich openstellen en gaan luisteren naar onze verhalen, want iedereen verdient een plekje binnen de maatschappij.”